StepForward

"Er komt meer bij kijken dan hopen op een wonder"

Artikel Patrick Keijzer in de "Gooi en Eemlander"

Om de inzamelingen voor Patrick een extra zetje in de rug te geven is er onlangs een mooi artikel gepubliceerd van Patrick in de krant de "Gooi en Eemlander" Dit artikel geeft je een indruk wie Patrick is, en wat voor een impact het heeft als je vanuit een actief sport leven plots met een dwarslaesie moet leven. 

 

 

helden nr.8

In "Helden" nr.8 is een indrukwekkend verhaal geschreven door Jos de Louw over het ongeval van Luciën de Louw en het leven na zijn val.

 

Leven na de val                                                                   HELDEN 8 – november 2010

Oss, 31 mei 2009 - De dag van De Val

Die eerste pinksterdag rond vieren voltrekt zich in Rome een zinderende finale van de Ronde van Italië. In de afsluitende tijdrit stevent Denis Menchov af op de eindzege van de Giro. Totdat plotseling een droom uiteen lijkt te spatten: De Val. Op de natte straten van het klassieke Rome gaat de Rabokopman onderuit. Daar én bij mij thuis voor de tv schiet de adrenaline tot grote hoogte. Na een wonderlijke wederopstanding en een alerte ingreep van de mecanicien krijgt Menchov het finishdoek alsnog in zicht en zie ik even later een ongekende vreugde-uitbarsting. Het roze is voor de Rus. Drama en hosanna binnen een paar tellen.

Diezelfde middag fietst Luciën de Louw, hij is mijn neef, door natuurgebied De Posbank, midden in de Veluwezoom. Een ideaal terrein met heuvels waar profs en trimmers zich met plezier afbeulen. Luciën kent het gebied op zijn duimpje. Wint er in de jaren negentig als topamateur verschillende criteriums en de Grote Prijs Wielerrevue. Hij maakt er de opstap naar zijn profcarrière.

En dan gaat ’s avonds om half zeven de telefoon. Mijn broer aan de lijn. De anders zo opgewekte Jo klinkt heel ernstig. Of ik maar wil gaan zitten, want hij heeft slecht nieuws.  Mijn schoonzus Riet heeft de laatste tijd ernstige gezondheidsklachten. Het zal toch niet… “Nee, het is onze Luciën,” spreekt hij rustig. “Vanmiddag gevallen op De Posbank. Tegen een paaltje, langs de kant van de weg. Hij ligt nu in het UMC in Utrecht. Heeft twee klaplongen, maar ook zijn borstbeen, zes ribben en drie rugwervels zijn gebroken. Ze praten over een dwarslaesie en een rolstoel. Hij zal niet meer kunnen lopen, zeggen ze. Vanavond wordt hij geopereerd.”

Het enige wat ik weet te zeggen: “Ik kom eraan.” Tien minuten later sta ik bij Jo en Riet op de stoep. Totale shock, vertwijfeling, onzekerheid. Wat betekent leven met een dwarslaesie, een rolstoel? Geveld door je sport in een sportgek gezin.

Met dochter Audrey, die paardrijdt, een moeder die badmintont, een voetballende vader en een fietsende zoon draait veel in het gezin om sport. De kinderen kunnen er alles voor krijgen, maar moeten er wel wat voor doen. Netjes op tijd naar bed, niet uitgaan, spullen in orde, leven voor de sport. Luciën wordt in 1987 wegwielrenner, nadat hij als fietscrosser al de nodige successen heeft behaald. Hij vindt het koersen op de weg geweldig en heeft talent. De eerste prijzen volgen ook hier. Hij wordt topamateur bij Giant en later prof bij Foreldorado-Golff.

We spreken elkaar moed in. “Luciën is een harde. En misschien valt het wel mee. Ze gaan nu opereren. Kunnen tegenwoordig heel wat.” Die avond en nacht van de operatie kruipen de uren voorbij. Telefoon naast het bed. Ik doe geen oog dicht. Een half jaar geleden is hij van Oss naar Harderwijk verhuisd voor zijn werk bij Shimano. Samen met Mirjam, zijn vrouw en hun meisjestweeling van drieënhalf.  Mooi gezin, leuk huis, prachtige baan. Het kan niet stuk. En dan dit.

Het is drie uur in de nacht als eindelijk de telefoon gaat. Jo: “Hij is net van de operatiekamer. De operatie is geslaagd. Ze hebben de wervelkolom gestabiliseerd. We horen van de week meer.” Ook al voel ik wat spanning wegzakken, ik kan de slaap niet vatten. Gedachten over hoe het was en hoe het nu zal gaan schieten door mijn hoofd. Wat brengt-ie ons al die jaren een hoop wielerplezier. Luciën, 39 jaar, wielertrots van de familie. Koersen in binnen- en buitenland, NK’s, WK’s. We volgen alles.

 

Taiwan, 2/11 februari 1993 - Ronde van Taiwan

Een bijzondere herinnering: Taiwan. Nou niet een plek die je meteen met wielrennen associeert. Toch is de Giant-ploeg er present voor de nationale ronde van voormalig Formosa. Fietsen is er niet alleen exotisch en vreemd, maar ook loodzwaar. De bergen en de temperaturen zijn hoog, de wegen soms Parijs-Roubaix-achtig slecht, de luchtvervuiling enorm en de steden overvol. Maar aan coureurs geen gebrek. De Ronde van Taiwan is voor Aziaten en renners uit Australië het hoogtepunt. Voor de Nederlandse Giant-ploeg is het een opwarmertje voor het seizoen in Europa. Hoewel sponsorbelangen – de Giant-fietsen worden in Taiwan gemaakt – er ook voor zorgen dat de ploeg er goed voor de dag wil komen. De extra wintertrainingen leggen Luciën geen windeieren. Hij wil goed presteren en slaagt daar volledig in. Kan er ook zijn capaciteiten bergop laten zien. Gesteund door ploeggenoten als Max van Heeswijk en Danny Stam rijdt hij zich op sommige momenten “het licht uit de ogen” en wekt bij de concurrentie een onnavolgbare indruk. Super gedreven wint hij dan ook de ronde voor ploeggenoot Arthur Farenhout en de Australische Nederlander Patrick Jonker.

Utrecht UMC, 4 juni 2009 - Intensive Care

Als ik de ruimte van de intensive care binnenga, zie ik veel wit en overal slangen, infusen en apparatuur met piepjes en dansende cijfers. Langs de rij bedden lopend, vraag ik me af of ik hem nog wel zal herkennen. Wie weet hoe hij erbij ligt. Dan zie ik het goede bed. De eerste groet komt van zijn kant. Hij pakt mijn hand, ik kijk hem aan. Uitwendig is weinig te zien, geen schrammetje, behalve een paar grote blauwe plekken bovenop het hoofd. Goed dat hij een helm droeg, is mijn eerste gedachte.

Moeilijk pratend, maar opgejaagd door de medicatie, begint Luciën meteen zijn verhaal. “Het gaat niet hard. Ik rijd een heuveltje op en wil een kop koffie gaan drinken bij het paviljoen bovenaan de top. Omdat het terras vol zit, fiets ik rustig door naar beneden richting Zutphen en pak mijn bidon. Ik drink wat en als ik mijn bidon wil terugzetten, klapt mijn voorband. De fiets wordt meteen onbestuurbaar en slaat op hol. Onderaan zie ik een grasberm en denk nog daarop goed terecht te komen. Maar net naast het fietspad staan houten paaltjes, volop met gras begroeid, dus niet te zien. Ik moet er met mijn voorwiel tegenaan zijn gereden, over de kop zijn geslagen en vermoedelijk met mijn rug op een ander paaltje terecht zijn gekomen. Da’s niet goed, denk ik meteen. Mijn benen kan ik niet meer bewegen. En de pijn is gruwelijk.” Hij heeft duidelijk behoefte het ongeluk van zich af te praten. Ik kijk naar het infuus in de andere hand. Het is de morfine die hem opjaagt. Ik maan hem kalm aan te doen.

Dan gaat hij verder, wat trager, vermoeid: “Vaak zat veel harder gevallen. Grind in de knieën, botbreuken, opengereten benen, flinke schaafwonden. Littekens genoeg. In koersen in Spanje daalde ik af op het geluid van de voor me rijdende motoren. Het gaat altijd goed, maar dan val je één keer schlemielig en meteen is het zo ernstig. Tja, mijn motor heb ik pas verkocht. Je hebt twee kinderen hè. En nou dit, op de fiets.”

Hij informeert naar mij en mijn zoons die de ene na de andere toertocht rijden, ooit aangestoken door Luciëns wielerpassie. Ik voel me ongemakkelijk hierop te antwoorden. Het fietsen heeft door de val een flinke knak opgelopen. “Gewoon blijven fietsen en niet bang zijn,” geeft hij me mee. Ik merk dan pas dat we een kwartier lang onafgebroken elkaars hand hebben vastgehouden.

Buiten op de gang zitten zijn ouders, zijn zus en Mirjam. Ik zie haar voor het eerst na het ongeluk. Ze klinkt sterk: “Als ik het telefoontje krijg vanuit Arnhem, denk ik al meteen dat het ernstig moet zijn. Het is alsof de wereld onder je voeten wordt weggeslagen. Een droom, waaruit je niet wakker wordt. Het is niet alleen Luciën, maar ook ons overkomen. De kans op herstel is nihil, zeggen ze. Maar ja, het is een vechter, hè. En…, hij is er nog.”

’s Heerenberg, 3 september 1995 - GP Wielerrevue

Als hij enkele jaren in de top van het Nederlandse amateurwielrennen meedraait en al flink wat overwinningen heeft behaald, komt in deze topklassieker dan de werkelijke doorbraak. Na een mat begin door de Achterhoek ontstaat er richting finale in ’s-Heerenberg een kopgroep van 22 renners. Voor Jan Boven en Luciën is die groep te groot en het tweetal trekt samen ten aanval. Onder meer Aart Vierhouten en Stefan van Dijk vinden nog aansluiting, waarna acht man op de streep afstormen. Het slotklimmetje is echter op Luciëns lijf geschreven. De Giant-renner kan er met de grote versnelling tegenop en laat de volgers op de streep een tiental meters achter zich.

Een prachtige triomf op zijn terrein. De huldigende burgemeester grapt dat de finishstraat maar beter naar De Louw vernoemd kan worden, gezien de vijf achtereenvolgende overwinningen op de Zeddamseweg. De zege wordt beloond met de uitverkiezing voor de WK-ploeg voor Columbia. Hij wil zich daar graag bewijzen en hoopt op een profcontract.

Utrecht UMC, 10 juni 2009 - “Je rolstoel wordt je maatje”

Onderweg van Oss naar Utrecht, samen met Jo en Riet, kunnen we nog steeds niet bevatten wat er is gebeurd. We zijn aangedaan door het drama dat zich zo plotseling heeft voorgedaan. Vreemd ook: hoe kan een operatie geslaagd zijn, als je nooit meer kunt lopen? De onzekerheid. Wat brengt de toekomst? En toch telkens weer het optimisme en de kracht: “Hij gaat er alles aan doen om zo ver mogelijk te komen.”

In het UMC is Luciën verhuisd naar een tweepersoonskamer. Ik schrik bij binnenkomst. Hij kan alleen zijn hoofd en armen bewegen en verder niets. Ik zie hem lijden en vraag me af hoe iemand dit doorstaat. Dit heet pas afzien. De klaplongen, alle botbreuken met daarbij een hevige buikpijn, het lijkt ondraaglijk. De dosis morfine verliest nu van de pijn en zorgt samen met alle andere medicatie voor angstaanjagende hallucinaties. “Ik zie echt spoken. Krijg het gevoel, dat ik urenlang in een computerspel zit en dat er transformers op me afkomen, waarvoor ik moet vluchten. Spinnen die me vastgrijpen. Heel beangstigend.” Die geesteservaringen zijn zo heftig dat hij zich afvraagt of hij niet gek aan het worden is.

‘s Middags is er een gesprek geweest met de arts. De diagnose luidt: partiële oftewel een incomplete dwarslaesie. De rug is gebroken bij de borstwervels 5, 7 en 8. Het ruggenmerg is beschadigd. Vanaf boven zijn middel verlamd. Hij is duidelijk en zegt dat Luciën zijn benen niet meer kan gebruiken. “Je rolstoel wordt je maatje.” De arts lijkt op een emotionele reactie aan te sturen. Die blijft lang uit totdat het gesprek op de tweeling komt. Pas dan breekt het. Het besef dringt door.

“Je wordt van de ene op de andere dag in een rolstoel gezet en je krijgt te horen: ‘Dit is de rest van je leven.” Na herhaaldelijk vragen naar iets positiefs, is het enige hoopgevende: “Tja, de wonderen zijn de wereld niet uit.” De zinloze gedachte komt bij me op dat dit alles niet nodig was geweest als die paaltjes daar niet hadden gestaan.

Als hij zijn laken openslaat ziet hij zijn benen. Hij wil dat ze bewegen, maar ziet niks. Het is alsof ze slapen. “Mijn benen doen niet meer wat ik wil.” Hij realiseert zich nu dat de val een drastische verandering in zijn leven betekent.

Bij het vertrek, geeft hij me een groot en loodzwaar fotoboek van wielerfotograaf Cor Vos mee. Gekregen van collega’s van Shimano.  “Neem maar zolang mee, jij hebt er meer aan. Het is voor mij nu te zwaar om te bekijken,” zegt hij met een van pijn vertrokken gezicht. Ik voel me weer schuldig, weet niet of ik het al wil inkijken. Leg het even later naast me in de auto en lees de titel: Emotions…

Eijsden, 13 april 1996 – De Hel van het Mergelland

Hij had er al een keer de bergtrui als amateur, maar vandaag is hij, als prof bij Foreldorado-Golff, totaal ongenaakbaar in de Ardense en Limburgse heuvels. De vorm is al beresterk. Maar een venijnige opmerking van een eliteamateur richting de jonge profformatie prikkelt Luciën nog eens extra. Hij maakt dominant duidelijk dat hij en niemand anders die dag zal gaan winnen. En zo gebeurt het tussen Vaals en Eijsden. Vanaf de Gulpenerberg rijdt hij op kop, ziet dat anderen als Koos Moerenhout en Eddy Bouwmans het zwaar te halen hebben en pakt zijn voorsprong. Na de Keutenberg en Fromberg demarreert Jan Boven nog een paar keer, maar Luciën is niet te stuiten en in de sprint in Eijsden legt de Raborenner het af en heeft een tiental meters het nakijken.

De Hoogstraat, 1 juli 2009 – “Ik ga er alles aan doen”

Na vijf weken ziekenhuis kan men daar weinig meer betekenen, dus wordt Luciën overgeplaatst naar De Hoogstraat in Utrecht voor verdere revalidatie. Gemiddeld staat daar zo’n zes maanden voor. Het revalidatiecentrum ligt aan de rand van de stad. Met aan de ene kant zicht op straatjes met eettentjes en veel studentenfietsen en aan de andere kant een park met waterpartij. Het leven en de rust binnen handbereik. Luciën deelt er een krappe driepersoonskamer. Grauwgele, slordig hangende gordijnen zorgen voor minimale privacy. Als ik de kamer wil binnenlopen zie ik een verpleegster aan het bed staan. Terwijl zij toekijkt lukt het hem zichzelf te helpen met een urinekatheter. Ik wacht maar beter op de gang. Hoor hem met de verpleging praten. Merk dat hij al zo veel mogelijk zelf wil doen. Dat is ook de aanpak hier. Niet zielig doen, aan de slag.

Intussen zie ik op andere kamertjes mannen, ja vooral mannen en slechts een enkele vrouw, dertigers, veertigers. En allemaal met een dwarslaesie. Sommigen kunnen alleen hun hoofd van links naar rechts bewegen. Het kan altijd nog erger. Op tafel ligt een informatiefolder. Per jaar lopen ongeveer 180 Nederlanders een dwarslaesie op, meldt de inleiding. Waarom zit hij daar nou bij, vraag ik me af.

Even later gaan we met het bed naar beneden. Rechtop zitten gaat nog niet, omdat de buikspieren niet werken. Het lichaam moet weer veel leren. Zijn topsportmentaliteit en wilskracht zullen hem hier flink van pas komen. Ik zie veel jonge en sportieve mensen in het centrum. Aanmoediging volop.

Het programma zit vol: verzorging, medicijnen, onderzoeken, fysio- en ergotherapie, psycholoog, maatschappelijk werk  en oefenen, oefenen, oefenen. Genoeg te doen. Je leert er wat het lichaam nog allemaal wel kan. Het is vooral belangrijk dat hij zijn armen traint. Maar er is ook het gevoel van kracht in de benen en als ik knijp, voelt hij dat. Hij vraagt zich af in hoeverre de zenuwen zijn beschadigd. De beenomvang blijft goed. Dan werken de zenuwen toch nog wel? Soms trilt hij zijn bed bijna uit door de spasmen in zijn benen. Het ontspant dan als vader Jo hem helpt met het rekken van de beenspieren.

Als we naar buiten kijken, zien we één voor één jonge mannen hun auto parkeren. Zij  trainen wekelijks in de Hoogstraat bij rolstoelbasketbalvereniging SC Antilope. Wat een naam. We zien een jongeman een transfer maken van autostoel naar rolstoel. Luciën klokt: dertig seconden. Ik zie hem denken. Een mooie richttijd. Ooit…

De artsen temperen dat soort doelen wel, maar hij wil door en overleven, net als in het peloton. Niet omkijken, maar doorzetten. Bij het afscheid: “Ik ga er alles aan doen om weer stappen te zetten.”

Spanje, 8/16 juni 1996 - GP Circuito Montanes

Vallen hoort bij het wielrennen. Vaak ook massaal, zoals tijdens het Circuito Montanes. Een groot gat in de elleboog, tot op het bot. Heup en knieën liggen open. ‘s Nachts om drie uur komt Luciën strompelend uit het ziekenhuis met een flink aantal hechtingen. De dag erna moet hij op de fiets getild worden en rijdt hij bijna de hele dag overlevend achterin. Tien kilometer voor de aankomst ligt er een colletje van negenhonderd meter hoogte. Velen vallen af en Luciën blijft als laatste van de groep met hangen en wurgen aanklampen. Uiteindelijk is er een man of vijftig over. In de afdaling weten Eddy Bouwmans en Wim van de Meulenhof weer aan te sluiten. En zij moedigen Luciën aan om nog even mee gas te geven. Ze zetten hem bij de eerste acht af. Net voor de finish neemt hij de bocht een beetje ongelukkig, maar komt er daardoor wel op een derde plek vlijmscherp uit. Met nog driehonderd meter volgt er een laatste explosie. De pijn is totaal vergeten. Een prachtige zege in El Astillero. Het is zijn tweede na eerdere winst in de etappe naar Gijon. Algemeen winnaar wordt Javier Otxoa. Het is de renner die in 2001 samen met zijn broer Ricardo tijdens een training wordt aangereden. Ricardo overlijdt en Javier raakte twee maanden in coma. Hij houdt handicaps over aan het ongeluk, revalideert, traint en heeft intussen een gouden en zilveren medaille van de Paralympische Spelen.

Harderwijk, 15 augustus 2009 – Een eerste signaal

Een weekend thuis. Weer even in zijn vertrouwde wereldje. Eerst een drukke vrijdagmiddag vanwege de inspectie van de WMO voor de noodzakelijke aanpassingen aan de woning. En dan, zaterdagochtend. Bij het wakker worden, voelt hij een tinteling door zijn rug, billen en benen. Is het een signaal? Luciën probeert zijn tenen te bewegen. En het ongelooflijke gebeurt: vier van de vijf tenen komen in actie. Ook als hij Mirjam erbij roept, herhaalt zich het ongelooflijke. “Kijk dan, ik kan mijn teen bewegen.” Zo blij als een kind. Hij voelt zelfs wat in de rechtervoet en -knie. De eerste signalen komen door. Er is dus contact. Tranen van geluk rollen over de wangen.

Intussen is het nieuws van de val als een lopend vuurtje door de wielerwereld gegaan. Sociale websites als Hyves en wielersites staan vol met steunbetuigingen. Een doos vol kaarten met prachtige teksten. Aandacht uit de wielerwereld, van NOS Studio Sport, een Skil-Shimanoshirt gesigneerd door de hele Tourploeg. Verrassend is het bezoek van Jan Janssen, die zomaar op een zaterdagochtend aan de deur in Harderwijk staat. De oud-Tourwinnaar is aangedaan en heel begaan en komt Luciën een flink hart onder de riem steken. Het doet hem goed te weten dat er zoveel mensen meeleven.

“Bij Shimano zeggen ze ook dat ze er alles aan gaan doen om mij terug te laten komen, vertelt hij. Een super gevoel geeft het hem. Als Area sales manager komt hij over de hele wereld. Hij wil het graag blijven doen. Directeur Marc van Rooij weet hem vanaf het begin gerust te stellen: “Maak je over het werk geen zorgen. We nemen jouw job over en jij denkt eerst aan je herstel. Als er straks aanpassingen nodig zijn op het werk, regelen we die.” Luciën krijgt het gevoel dat hij er altijd welkom blijft. Bloemen van de directeur uit Japan bevestigen dit met op het kaartje de aanhef: “Best familielid”. Die houding zal nog vaak een geweldige stimulans blijken om hard aan het herstel te werken, én voor het gezin én voor het werk bij Shimano.

Zwitserland, 25/29 september 1996 – GP Wilhelm Tell

Luciën rijdt in Zwitserland altijd kort. In een prachtige omgeving. Een jaar eerder al negende in het eindklassement.  De rit die hij dit jaar wint is er één om in te lijsten. De mooiste overwinning van zijn carrière. In de derde etappe rijdt hij op kop in de klim naar Holzhäusern. Fietst makkelijk met onder meer de Rabomannen Blaudzun, Dekker, Van Bon en Boogerd. Eén voor één moeten ze lossen, waarna Rabo-ploegleider Jan Raas, aardig over de rooie, naast Luciën komt rijden met de vraag: waar hij in godsnaam mee bezig is. Hij trekt zijn eigen plan. Ooit is er gezegd dat hij meer uit zijn schulp moest komen. Nou, hier dan. Aan het eind blijven alleen Luciën, Sergio Barbero en David Extebarria over. In de slotklim zit nog een heel klein dipje en daarna gaat Luciën aan op 700 meter van de meet. Hij laat Extebarria nog iets terugkomen en op het moment dat die aansluit, gaat hij nóg een keer en ziet de streep dichterbij komen. De mooiste overwinning: alleen over de streep met op meters afstand een stel renners dat zich verslagen weet met de hoofden naar beneden. Het feestgevoel wordt nog mooier als tijdens het avondeten Raas met een fles champagne de felicitaties namens Rabo komt brengen. Twee etappes later wordt hij nipt tweede achter Markus Zberg en voor Niki Aebersold. In het eindklassement staat hij tussen mannen als Camenzind, Bettini en Boogerd.

De Hoogstraat,  17 september 2009 – “You never know”

Iedereen is weer terug van vakantie en het is vol in de kantine. Luciën heeft geleerd de transfer van bed naar rolstoel te maken en zit al in de zaal. De tafel is omzoomd met een viertal collega’s en een grote man in een rolstoel. Naast hem is nog plaats. We hebben elkaar in De Hoogstraat nog nooit gezien, maar raken aan de praat. Hij heet Edward Maalouf en moet regelmatig zijn doorligplekken laten behandelen. Zijn grote passie is het handbiken. Wint er zelfs twee keer brons mee op de Paralympische Spelen in Beijing. Luciën vindt het maar niks. “Handbiken heeft toch niks met fietsen te maken. Fietsen doe je met twee wielen. En niet in een rolstoel met een trappertje ervoor.” Edwards verhaal klinkt een stuk enthousiaster. De geboren Libanees vindt het echte topsport. ”Het geeft een prachtige invulling aan een leven met een beperking. Je voelt je weer sterk, een mens met mogelijkheden.” Hij kent Luciën nog maar kort, maar vindt het echt wat voor hem: “Die jongen kan niet zonder sport; hij kan er ook zijn energie in kwijt.” Bij het afscheid zegt Edward dat hij Luciën morgen zijn wedstrijdbike eens zal demonstreren. Als die me een week later mailt, heeft hij een handbike besteld, de wedstrijdbike. “Het lijkt me toch een uitdaging voor de toekomst. Mocht ik gebonden blijven aan de rolstoel dan is het een mooie vervanger voor de racefiets. Ik kan ook nieuwe producten blijven testen op mijn bike en zo feeling met de markt houden. Ze zoeken trouwens ook nog kandidaten voor de Paralympics 2012 in London, dus…, you never know.” Een smiley met een knipoog sluit het mailtje af.

Columbia en Lugano, 1995 en 1996 - Wereldkampioenschappen

De zege in de GP Wielerrevue is beloond met de selectie voor de WK-amateurploeg voor Columbia. Luciën voelt zich goed. De ploeg komt uit Colorado na een hoogtestage en is prima voorbereid. Tijdens de wedstrijd blijkt echter alleen Danny Nelissen de topvorm te kunnen tonen. Luciën doet in de finale niet meer mee, alhoewel hij toch nog wat kan betekenen voor zijn kopman door het diens Italiaanse achtervolgers nog aardig lastig te maken. Nelissen eist de wereldtitel op.

Een jaar later, bij de profs, kiest bondscoach Gerrie Knetemann Luciën in de WK-ploeg voor Lugano. De twee hebben een klik, waarderen elkaars humor. Knetemann zorgt voor een ontspannen sfeer in een ploeg met mannen als Boogerd, Breukink en Dekker. Als de tv-beelden op Eurosport starten zien we Luciën al vroeg bij een eerste ontsnapping betrokken. Hij voelt zich goed die dag, maar de finale wordt een frustratie waarin veertig man als gekken demarreren, in een klimkoers nog wel. Gianetti en Museeuw gaan er als speren vandoor. De Belg wint de sprint en de regenboogtrui. Een kasseiencoureur, die ‘gewoon’ wereldkampioen wordt.

De Hoogstraat, 15 oktober 2009 – Grenzen verleggen

“Wil je het zien,” vraagt hij ons met de iPhone in de hand. Via het internet heeft een mountainbiker, die vlak na de val een foto maakte, contact gezocht. Misschien had hij er nog wat aan, voor de verzekering of zo. Het is moeilijk ernaar te kijken. Je ziet eerst de fiets, in stukken in het gras. Iets verder op zijn rechterzij Luciën. Geen bloed te zien, maar de houding verraadt genoeg. Ernaast zie je iemand geknield eerste hulp verlenen. Naar later blijkt is het een passerende bedrijfsarts. Nog een geluk.  

Die week is hij voor het eerst de straat op geweest met de handbike. Spannend, maar ook weer even dat gevoel van vrijheid. “Als er iets gebeurt, moet ik het zelf oplossen.” Dat blijkt als tijdens de rit plotseling het rechterbeen los schiet. Het staat haaks op het lichaam. Omstanders houden hun hart vast. Gelukkig blijft de schade beperkt tot wat verrekkingen en schaafwondjes. Hij heeft wel voor hetere vuren gestaan. En, veel belangrijker: “Je bent op de weg, in de natuur, onder de mensen. Je kunt weer wat. Al blijft het lastig als een groepje wielrenners je passeert, elkaar waarschuwend: ‘Oppassen!’.”

Toch is er weer een grens verlegd. De vooruitgang gaat in heel kleine stapjes. Per dag maar net zichtbaar, maar als ik het vergelijk met een paar maanden terug zijn het grote sprongen. Sporten is voor hem het beste medicijn. Continu met je lichaam bezig. Afzien, herstellen en weer leven als die professionele wielrenner. Als ik met zijn ouders vertrek, volgt er steevast het motto: “We gaan ervoor, jongen.”

1996/1997 - Beroepsrenner

Medio 1995 ziet een nieuwe nationale profformatie het daglicht: Foreldorado-Golff. Een ploeg die al snel in de schaduw van TVM en het veel kapitaalkrachtiger Rabobank, die andere nieuwe ploeg, wordt gesteld. Luciën krijgt er een profcontract en fietst onder ploegleider Frits Schür aan de zijde van de ervaren John Talen, John van den Akker en Eddy Bouwmans. Het budget is veel lager dan dat van de andere twee Nederlandse profploegen, maar misschien is dit wel de mogelijkheid om bij een grote ploeg in beeld te rijden. Aan de prestaties ligt het niet. Mooie resultaten in de Teleflextour en Olympia’s Tour. Prachtige herinneringen, zoals die keer dat hij in Rund um Rheinbach de sprint wint van Marcel Wüst. Die hij later weer tegenkomt in de Ronde van Zuid-Afrika. Bijzonder, om daar soms solo door het mooie landschap te fietsen, gadegeslagen door verbaasde apen langs de weg. Hij wint er de etappe naar Stellenbosch voor Wüst en de robuuste Zweed Magnus Backstedt. Eindigt in het klassement als tweede achter Lars Michaelsen. Of die keer in Parijs-Brussel acht kilometer voor de streep teruggehaald worden door Tafi en Ballerini, niet de minsten. Samen met Frank Vandenbroucke de Alsemberg oprijden in de Brabantse Pijl. Mooie herinneringen die ze hem nooit meer afnemen.

Het is heel jammer dat Foreldorado-Golff  vanwege onduidelijke perikelen de Vuelta van 1996 misloopt en een einde maakt aan de profploeg. Geen Vuelta, einde profbestaan. Hij baalt er nog altijd van dat dat avontuur niet kon doorgaan. In Spanje rijdt hij altijd goed. Denkt dat hij zich daar, op zo’n hoog podium écht in de kijker had kunnen rijden van een grote profploeg.

Er zijn nog wel contacten met Cees Priem en Jan Raas. Maar net als er enige hoop wordt gewekt, zijn de heren niet thuis, zoals wel vaker. Hij is ook nog bezig geweest met een contract bij het Italiaanse Saeco van Mario Cipollini, maar de contracteisen maken hem ongerust. Er worden dingen verlangd waarmee Luciën zich niet kan verenigen. Hij wil graag gezond blijven en later ook nog een gezonde vader met gezonde kindjes zijn. Dan liever terug naar Giant, nog een jaartje mountainbiken en intussen werken aan een maatschappelijke carrière.

Harderwijk, 4 december 2009 - Thuis

Om naar huis te mogen moet je eerst de proef op de “zelfstandige kamer” afleggen. Midden in het revalidatiecentrum is een ruimte met badkamer en keuken. En voor je naar huis gaat, moet je hier zo’n drie weken zonder hulp overleven. Luciën doet er alles zelf: van aankleden tot katheteriseren. Hij zal er bewijzen dat hij weg kan. Eindelijk weer privacy. Hij wil naar huis, weer een gewone vader zijn, de kinderen leren fietsen.

Als je ontslagen wordt, heb je ook thuis al heel veel op de rit staan, anders laten ze je echt niet gaan. Mirjam heeft zich tien slagen in de rondte geregeld en gewerkt. Ze is kind aan huis geworden bij gemeente, zorgverzekeraar en bouwbedrijf. Ze weet wat ze wil en werkt productief met alle instanties. Luciën is blij dat zij ooit in zijn leven is gekomen. De traplift is aangelegd en aanpassingen in de badkamer maken dat hij naar huis kan. Toen ze er een jaar daarvoor introkken, moesten ze nog lachen toen hen werd verteld dat het een rolstoelvriendelijk huis was. Komt goed uit nu.

De eerste dagen thuis is er echter geen sprake van feestvreugde. De gezondheid van moeder Riet verslechtert heel erg en zij overlijdt daags voor Kerst. Trieste omstandigheden. Het valt dan niet mee. Wat een jaar.  

Meerssen, 5 juli 1998 - NK, laatste grote wedstrijd

Alle NK’s zijn we erbij, zoals in ’96. Luciën voelt zich dat hele jaar al goed en wil zich hier in beeld rijden. Het is prachtig om hem zij aan zij naast Den Bakker, Voskamp, Dekker en Boogerd te zien klimmen. Tegen de overmacht van TVM en Rabobank is echter moeilijk te strijden. Maarten den Bakker wint en Luciën eindigt net buiten de prijzen.

Nadat we in 1997 zien dat Erik Breukink het stokje van nationaal wielerkopman overdraagt aan Michael Boogerd, en Luciën twaalfde wordt, is het NK van 1998 er één waar de profs tegelijkertijd rijden met de eliten-zonder-contract. Intussen is Luciën teruggekeerd naar de mountainbike-ploeg van Giant. Ploegleider Han Vaanhold vraagt hem nog één keer mee voor het wegkampioenschap om jonge renners als Paul van Schalen en Bart Boom te begeleiden en mee te zitten in de goede finale. Daarin weet hij met Van Schalen bij een kopgroep met Bram de Groot en Matthé Pronk te komen. De Groot en Luciën ontsnappen in de laatste ronde en vechten op de Lange Raarberg een verbeten strijd uit tot op de streep. Pas na bestudering van de finishfoto mag De Groot de kampioenstrui aantrekken. Het zou wat geweest zijn. Luciën bij zijn laatste wegwedstrijd, na vijftig overwinningen bij de amateurs en vijf bij de profs, tenslotte in het rood-wit-blauw.

Nunspeet, 11 januari 2010 - Eerste werkdag, volgende stap

Een nieuw jaar. Een nieuw leven. Het is spannend, maar ook fijn om terug te zijn in het gebouw van Shimano in Nunspeet en de collega’s weer te zien. Wat heeft-ie ernaar uitgekeken. De begroetingen zijn hartelijk en de meeste werktijd gaat op aan het maken van praatjes. Hij wordt overladen met complimenten. Collega’s hebben een apart kantoortje voor hem ingericht. Ze maken hun beloftes waar. Halen hem op en brengen hem thuis. Ze zijn er nog steeds voor hem. Die betrokkenheid maakt grote indruk.

Na deze eerste belangrijke stap in het nieuwe jaar, komt er een volgende. De fysio durft het aan om Luciën te laten staan tussen twee banken. In het begin staat hij met volle spanning op zijn armen. Hij vindt het geweldig om de fysio vanaf 1 meter 83 recht in de ogen te kunnen kijken. Nog niet bepaald stabiel, maar hij staat. De therapeut maakt meteen een foto. Het voelt ook als een heel bijzonder moment: “Voor ieder ander is het de normaalste zaak van de wereld. Je staat op en loopt weg. Maar voor mij is staan iets heel bijzonders. Je gaat ook dan weer door. De week erna een minuutje langer staan, daarna met losse handen. Ik blijf er niet in hangen, maar wil altijd door. Moet ook verder.”

Oss, 23 Mei 2010 - Rijden maar

Na enkele rijlessen mag hij in zijn nieuwe aangepaste auto rijden. Het wordt nog spannend, als hij bij het ophalen van de Volkswagen Touran met handbediening dwars door hartje Amsterdam wordt gestuurd. Spannend, maar vooral heerlijk om niet meer afhankelijk te zijn.

Een bezoekje aan Oss stelt nu niets meer voor, blijkt twee dagen later, als we elkaar spreken bij mij thuis. Over een week is het een jaar geleden, dus komt er deze dagen nogal wat naar boven. Hij heeft de week ervoor voor het eerst zijn fiets teruggezien. Op handen, voeten en billen is hij naar de zolder geschuifeld. Hij ziet er zijn gehavende helm, met de binnenkant in acht losse delen. Daar ligt ook zijn fiets, in drie stukken uiteen gebarsten. Maar geen krasje te bekennen. Veel impact heeft het als Luciën voor het eerst het stuur weer eens vasthoudt met de handen in de beugels. Hij ziet dan de flitsen van het ongeluk weer voor zich. Ook nu weer de gedachte: “Zal ik ooit in de toekomst nog eens…”

Hij vertelt er open en sterk over, zoals altijd. Oogt opgewekt en energiek, ondanks de pijn die er altijd is. Al is die nu beter te dragen, omdat die de weken na het ongeluk zowat ondraaglijk was. Als ik er nog aan terugdenk en hem zo zie zitten, is het moeilijk te bevatten wat hem bijna een jaar geleden is overkomen. Luciën: “Ik doe alles wat ik voorheen ook deed. Alleen neem ik wel de stoel mee de hele dag.”

Ik ben bezorgd en heb de neiging hem bij alles te begeleiden, maar zijn vastberadenheid en zelfredzaamheid zetten me vol bewondering aan de kant. Bij het vertrek maakt hij in een paar vloeiende bewegingen de transfer van rolstoel naar bestuurderstoel. Vrouw ernaast, kindjes achterin. Rijden maar.

Oss, 20 augustus - Toekomst

Luciën belt me met de mededeling dat de revalidatie nóg intensiever gaat worden. Naast yoga, pilates en detrainingen bij de fysio begint hij met looptraining op de Lokomat. Dat is eigenlijk leren lopen met behulp van een robot. Het moet de loopcoördinatie en de conditie verbeteren. “Die conditie is heel belangrijk. Alledaagse zaken, zoals wassen, aankleden en het maken van transfers kosten dan minder energie. En dus heb ik weer meer kracht voor mijn werk, gezin en training,” vult hij aan. Trainen op de Lokomat, samen met paralympische sporters. Het geeft hem weer de motivatie en de kick van de topsporter. “Ik wil blijven trainen. Om fit te blijven en vooruitgang te blijven boeken. Daarnaast staat de medische wetenschap ook niet stil.”

Die middag heeft hij nog 25 kilometer langs het Veluwemeer gefietst met de handbike. Fijn om het hoofd leeg te maken, al is het niet zijn lievelingssport geworden. Hij mist vooral het geluid en de geur van een racefiets. Wil in plaats van het handbiken liever gaan roeien. “Daar kan ik ook mijn benen voor inzetten, als dat lukt. Ben toch weer met sport bezig en probeer daardoor nog meer te verbeteren. En ik kom weer eens uit de rolstoel.”

Harderwijk, 10 september 2010 - Leven

Op de koffie bij Mirjam en Luciën in Harderwijk. Altijd als onze gesprekken beginnen, valt het de uren daarna niet meer stil. Ook nu. Een mooi en sterk stel. Luciën ziet er getraind en energiek uit. Zorgt voor de koffie en manoeuvreert behendig met de rolstoel door het huis. Daar zit nog steeds die topsporter. Volop optimisme. Samen leven ze niet in het verleden, maar in het nu. Denken niet in problemen, maar in oplossingen. “Het is zoals het is. Je kunt blijven klagen, maar daar kom je niet verder mee. We blijven naar de toekomst kijken en ik probeer met wat ik heb het maximale te doen en daar gelukkig mee te zijn.” Ik merk dat hij nog steeds voor de winst gaat. “Alles wat ik eraan doe, is om er beter van te worden. Er het maximale uithalen. Ik wil niet hebben dat ik over drie jaar denk: had ik maar dit, of had ik maar dat.”

Het is nacht als ik in de auto stap. We hebben, haast ongemerkt, bijna vier uur zitten praten. Ik denk terug aan ruim een jaar geleden, als er nog amper iets mogelijk is. En dan nu. Geen sprake meer van overleven, maar een actief en gewoon leven. Met boordevol toekomstplannen. Zelf vindt hij het maar gewoon, maar voor mij is dit afgelopen jaar zijn grootste overwinning.